Appie en de dode in Brabant

Politiehond Albert in het Oosterpark

standbeelden politiehond albert Foto: Lida Goede

Is het een grafsteen of een gedenksteen? Die kwestie is nog niet opgelost, zoals we ook nog eens moeten uitzoeken wie de steen geplaatst heeft. Hij staat in het Oosterpark en hij is er ter nagedachtenis van de in 1924 overleden speurhond Albert, Appie in de wandeling. Albert was van brigadier J. Water. Op deze plek trainde hij zijn hond en diens bijzondere prestaties leidden tot de oprichting in 1921 van een hondenbrigade.

Hoogtepunt uit het beroepsleven van Appie: zijn bijdrage aan de oplossing van de roofmoord in Sint Oedenrode. Op 25 april 1919 werd Henricus van Kruysdijk, directeur van zuivelfabriek St. Oda, met een scheermes vermoord toen hij zich verzette bij een overval. Het ging om het melkgeld, de bedragen die eens in de twee weken klaar lagen voor de boeren die melk hadden geleverd. De buit: bijna negenduizend gulden. Dat de daders hiervan wisten, gaf te denken, en inderdaad: al snel werd een oud-assistent van Van Kruysdijk gearresteerd. Hij was die dag herkend, bekende en praatte.

Al snel werden op grond van zijn informatie twee Amsterdammers opgepakt: de 34-jarige veedrijver Salomon Lubeck, bijgenaamd de Bikkel, en – in zijn woning in de Nieuwe Amstelstraat – de 28-jarige koopman in ongeregeld goed Isaac Brillenslijper.

Brillenslijper ontkende. En die verwondingen aan zijn gezicht, hoe kwam hij daar dan aan? Dat had de assistent van barbier Vischschraper gedaan. Onzin, zei Vischschraper, zo'n onbehouwen assistent had hij niet. Wel wist hij dat Brillenslijper bij zijn laatste scheerbeurt een scheermes had meegenomen – net zo'n scheermes als naast het lichaam van het slachtoffer was gevonden. C.J van Ledden Hulsebosch, apotheker en politiescheikundige, werd ingeschakeld en hij constateerde dat de verwondingen op Brillenslijpers gezicht veel recenter waren dan die zei.

Maar doorslaggevend was Appie. Die werd geconfronteerd met een rijtje van 25 petten. Hij kreeg het scheermes te ruiken en ging toen onmiddellijk naar de pet van Brillenslijper. De zaak was opgehelderd.

Van Ledden Hulsebosch verhaalde later dat hij de politie van Sint Oedenrode had gevraagd om de 'vingers' van het slachtoffer. Dat was jargon, hij bedoelde de vingerafdrukken, maar kreeg een pakketje met vingers. Ter illustratie van de domheid in de provincie zette hij ze op sterk water. En al snel kwam er een lied over de gebeurtenis, gezongen op kermissen en markten. Het eerste couplet:

Wat weerklinkt er weer overal,
Een gruwelfeit lang heugen zal.
Want wat er thans weer is geschied,
Vergeet men heel ons leven niet.
St. Oedenrode – een dorpje stil,
Is thans getuige als het wil.
Want in haar is een moord gebeurd
Waar iedereen bepaald om treurt.

Op een inmiddels verdwenen bordje bij de steen van Albert stond dat de hond zelfmoord heeft gepleegd. Hij zou een zakdoek hebben opgegeten toen zijn baas in het Burger­zieken­huis lag. Suïcidale honden, dat is toch een vrij apart verschijnsel.

En ten slotte, Appie gold als Tervurense herder, maar er gaan stemmen op die zeggen dat een Tervurense herder er anders uitziet. Dat moeten dan heel subtiele verschillen zijn.

14 juni 2010

Niet zichtbaar in Streetview